Krachttraining of Stretchen: Wat Werkt Beter voor je Lenigheid?
Veel mensen denken dat stretchen de enigste manier is om leniger te worden. Maar wat als krachttraining net zo effectief is? En misschien zelfs beter?
Een recente meta-analyse, waarin 55 studies zijn geanalyseerd, heeft uitgewezen dat krachttraining net zo goed werkt als lenigheidsoefeningen om de bewegingsvrijheid van je gewrichten te vergroten. En dat niet alleen – krachttraining biedt extra voordelen zoals meer spierkracht, minder risico op blessures (en tegenstelling tot louter stretchen) en een positief effect op je algemene gezondheid.
Laten we eens kijken naar wat dit betekent voor jouw training.
Wat is een Meta-analyse en Waarom is het Betrouwbaar?
Een meta-analyse is een van de meest betrouwbare vormen van wetenschappelijk onderzoek. In plaats van één enkele studie te bekijken, worden alle beschikbare studies over een onderwerp verzameld en geanalyseerd. Dit zorgt ervoor dat de conclusie niet gebaseerd is op slechts één experiment (dat toevallig een vertekend beeld kan geven), maar op het totaalbeeld van tientallen onderzoeken.
In deze specifieke meta-analyse werden 55 studies samengevoegd, waarbij duizenden proefpersonen betrokken waren. Door alle resultaten samen te voegen en statistisch te analyseren, konden de onderzoekers een duidelijker antwoord geven op de vraag: werkt krachttraining net zo goed als rekken om leniger te worden?
Het antwoord: Ja! Krachttraining kan je lenigheid verbeteren, en met extra voordelen.
Wat Zegt de Wetenschap: Krachttraining vs. Stretchen?
Deze meta-analyse bekeek hoe krachttraining en stretchen de bewegingsvrijheid (range of motion) beïnvloeden. Hier zijn de belangrijkste bevindingen:
Krachttraining is even effectief als stretchen voor lenigheid. Je hoeft dus niet per se aparte stretchroutines te doen – krachttraining heeft hetzelfde effect
Krachttraining met gewichten werkt beter dan met alleen lichaamsgewicht. Het extra gewicht helpt je om dieper in een beweging te gaan, wat je lenigheid vergroot
Stretchen voor of na krachttraining heeft geen extra effect op lenigheid. Dit betekent dat je stretchen kunt doen als je het prettig vindt, maar het is niet noodzakelijk.
Beginners boeken de meeste vooruitgang. Dit is logisch, omdat ongetrainde spieren en pezen sneller wennen aan nieuwe bewegingen. Mensen die al jarenlang trainen, zien minder grote verbeteringen in lenigheid.
Waarom Werkt Krachttraining Zo Goed voor Lenigheid?
Misschien vraag je je af: Hoe kan krachttraining nou helpen om leniger te worden?
De reden is dat krachttraining je spieren en pezen belast over een volledige bewegingsuitslag. Dit is vergelijkbaar met dynamisch stretchen, maar dan met extra weerstand.
Denk bijvoorbeeld aan een diepe squat met een gewicht. Je brengt je heupen, knieën en enkels in een maximale buiging terwijl je spieren onder spanning staan. Dit helpt niet alleen om de spieren sterker te maken, maar ook om ze flexibeler te houden.
Daarnaast helpt krachttraining bij het verlagen van spierstijfheid en het verbeteren van de controle over je bewegingsuitslag, waardoor je soepeler beweegt in het dagelijks leven en tijdens sport.
Moet Je Stretchen Laten Vallen?
Niet per se! Mobiliteitsoefeningen kunnen nog steeds nuttig zijn, afhankelijk van je doelen:
Voor ontspanning. Sommige mensen vinden stretchen prettig na een training.
Bij specifieke bewegingsbeperkingen. Heb je stramme heupen of een stijve rug? Dan kan stretchen helpen.
Voor sporten die extreme lenigheid vragen. Denk aan turnen, ballet of vechtsporten.
Als warming-up. Dynamisch stretchen kan een goede voorbereiding zijn op explosieve bewegingen.
Maar als je minder tijd hebt en toch leniger wilt worden, dan is krachttraining een efficiëntere keuze, omdat het meerdere voordelen tegelijk biedt.
Praktische Tips: Hoe Combineer Je Kracht en Lenigheid?
Wil je de voordelen van krachttraining benutten om soepeler te worden? Hier zijn een paar praktische tips:
Train met een volledige bewegingsuitslag (full range of motion). Maak diepe squats, lunges en overhead presses om je spieren maximaal te rekken en te versterken.
Gebruik gewichten om dieper in een stretchpositie te komen. Denk aan oefeningen zoals Romanian deadlifts en split squats, waarbij de spieren onder spanning rekken.
Doe gecontroleerde excentrische bewegingen. Dit betekent dat je langzaam de spier verlengt tijdens de beweging, wat de flexibiliteit vergroot. Bijvoorbeeld: bij een squat langzaam zakken.
Combineer verschillende bewegingspatronen. Afwisseling helpt om soepel en sterk te blijven
Conclusie: Krachttraining is een Slimme Keuze
Deze meta-analyse geeft een duidelijke conclusie: krachttraining is een even goede (of zelfs betere) manier om leniger te worden dan stretchen.
Wil je een efficiënte manier om sterker én soepeler te worden? Focus dan op krachttraining met gewichten en een volledige bewegingsuitslag. Stretchen kan een aanvulling zijn, maar is niet noodzakelijk als je al op een slimme manier traint.
Wat ga jij doen? Blijf je stretchen, of ga je krachttraining proberen om soepeler te worden?
Geschreven door Tim op 17/01/25
Bron:
Alizadeh et al. (2023). Resistance Training Induces Improvements in Range of Motion: A Systematic Review and Meta-Analysis. Sports Medicine, 53:707–722. DOI: 10.1007/s40279-022-01804-x
Heb je last van plotse rugpijn en wil je weten wat je het beste kunt doen? Hier zijn 7 praktische tips die je kunnen helpen.
Heb je last van plotse rugpijn en wil je weten wat je het beste kunt doen? Rugpijn komt ontzettend vaak voor, en de meeste gevallen zijn gelukkig goedaardig en verbeteren vanzelf. Hier zijn 7 praktische tips die je kunnen helpen.
1. Begrijp de basis
Rugpijn is vaak complex en kan door meerdere structuren tegelijk veroorzaakt worden: tussenwervelschijven, gewrichten, spieren, ligamenten, maar ook factoren zoals stress, levensstijl en algemene gezondheid spelen mee.
In 90% van de gevallen gaat het om non-specifieke lage rugpijn, wat betekent dat er geen ernstige oorzaak is en dat het meestal vanzelf geneest. Enkele cijfers om je gerust te stellen:
50% herstelt binnen 1–2 weken
60–70% binnen 3–4 weken
90% binnen 6–8 weken
een kleine groep (~5–10%) kan klachten houden >12 weken
Volledig herstel van functie kan soms iets langer duren (tot 8 weken), ook als de pijn al verminderd is. Het is normaal dat rugpijn terugkomt, maar meestal gaat het vanzelf over.
2. Vermijd onnodige scans
Bij de meeste gevallen zijn foto’s of scans niet nodig. Ze veranderen niets aan de behandeling, omdat het probleem meestal vanzelf verdwijnt. Alleen als er ernstige symptomen zijn – zoals sterke zenuwpijn, plotselinge krachtverlies, of andere zeldzame tekenen – kan een scan nuttig zijn. Veel mensen denken dat ze moeten wachten tot een scan of afspraak voordat ze iets kunnen doen, en blijven daardoor passief. Zelfs als je op een scan wacht, betekent dat niet dat je niets kunt doen. Gebruik deze tijd juist om je rug voorzichtig te blijven bewegen en te werken aan herstel.
3. Maak het niet te ingewikkeld
Veel mensen zoeken naar een specifieke biomechanische oorzaak, zoals een scheef bekken of “uit de haak” wervels. Dit is niet bewezen en zelden nodig. Manuele therapie en manipulaties kunnen aanvullende, pijndempende technieken zijn. Maar zoals hierboven beschreven: zelfs als je dit niet doet, heb je nog steeds 90% kans op spontaan herstel binnen 6–8 weken. Actieve beweging en preventie van herval zijn veel belangrijker. Lees hier meer over in ons vorig blogbericht: https://www.kine-tim.be/blog/asymmetrie
Ongeveer 1 op 4 mensen krijgt binnen een jaar opnieuw rugpijn. De belangrijkste risicofactor is simpelweg het doormaken van eerdere episodes. Gelukkig betekent dit niet dat je machteloos bent: met de juiste aanpak kun je het risico op herval verkleinen.
4. Blijf bewegen, ook al doet het pijn
Lang rusten vertraagt het herstel. Probeervariatie aan te brengen in houding en beweging, ook in de eerste dagen. Beweging helpt je rug te herstellen, net zoals bij een operatie waarbij je meteen actief moet blijven om goed te genezen.
5. Kies beweging die bij jou past
Wandelen is de eenvoudigste optie – rond de keukentafel, buiten of op een loopband. Ook rustige stretchoefeningen of mobiliteitsoefeningen zijn goed. Geen enkele beweging/sport of activiteit is per se verboden. Warmte op de rug kan daarnaast pijn verlichten.
zoek bewegingen die ergens tussen "pijn en deugd" liggen
6. Blijf werken als het kan
Thuisblijven van werk kan het herstel vertragen en stress of isolatie vergroten. Probeer, indien mogelijk, aangepast of gedeeltelijk te blijven werken.
7. Kijk naar je levensstijl
Rugpijn komt altijd door een combinatie van factoren, niet alleen door een “verkeerde beweging”. Kijk naar je slaap, stress, lichaamsgewicht, fysieke activiteit, alcohol- en nicotinegebruik. Kleine aanpassingen kunnen helpen om terugkerende rugpijn te voorkomen. Denk aan je rugpijn als een signaal van je algemene gezondheid, niet als een “mechanisch probleem” dat snel moet worden gerepareerd.
Slot: wees geduldig en actief
Rugpijn is vervelend, maar meestal tijdelijk. Actief blijven, je leefstijl evalueren en kleine aanpassingen doen, helpen je sneller te herstellen en terugval te voorkomen. Gun jezelf de tijd: je rug is veerkrachtiger dan je denkt.
In deze blog leggen we uit wat de wetenschap zegt over assymetrie in het lichaam— én geven we inzicht in hoe je gedachten over je lichaam je herstel kunnen beïnvloeden.
Veel mensen maken zich zorgen over asymmetrie in hun lichaam. Vaak komt dit doordat zorgverleners iets ‘zien’ en dit benadrukken, waardoor het lijkt alsof er iets mis is. Maar is een verschil tussen links en rechts, of een kleine scheefstand van wervels of bekken, altijd iets om bang van te worden? In deze blog leggen we uit wat de wetenschap hierover zegt — én geven we inzicht in hoe je gedachten over je lichaam je herstel kunnen beïnvloeden.
Voorbeelden van asymmetrie
Asymmetrie kan op verschillende manieren zichtbaar zijn:
Spierbalans: bijvoorbeeld de verhouding tussen quadriceps en hamstrings, of de balans tussen buik- en rugspieren, bovenrug en borstspieren, etc.
Lengteverschillen: genetisch bepaalde verschillen in arm- of beenlengte komen we vaak tegen.
Wervelstand / houding: soms lijken wervels “uit hun lijn” te staan of is er een lichte scheefstand of kanteling (bekken, rug, etc.).
Slechte houding en/of Scoliose: een zijdelingse kromming van de wervelkolom, meestal ook genetisch bepaald.
Bekkenkanteling: een voorwaarts of achterwaarts gekanteld bekken, aan één of aan beide zijden.
Afwijkende Schouderbladstand of atypisch bewegingspatroon: subtiele verschillen in hoe de schouderbladen staan of bewegen.
Deze voorbeelden van asymmetrie hoor je vaak van zorgverleners, maar ze zijn vaak meer schadelijk dan nuttig en bovendien niet langer wetenschappelijk onderbouwdof relevant om te delen. Het is belangrijk om te weten dat veel van deze verschillen evenveel voorkomen bij mensen zonder pijn als bij mensen mét pijn. Bovenstaande verschillen zijn, volgens huidige inzichten, geen betrouwbare voorspeller voor blessures of klachten. Kortom: een bepaalde asymmetrie is meestal géén reden tot zorgen.
Sport als voorbeeld van natuurlijke asymmetrie
Bijna alle sporten zijn asymmetrisch, maar dat betekent niet dat ze schadelijk zijn of per definitie blessures veroorzaken.
Slagsporten zoals tennis en padel: spelers gebruiken één arm dominant, wat leidt tot natuurlijke spier- en botadaptaties. Onderzoek toont dat deze verschillen adaptief zijn en niet leiden tot meer blessures.
Voetbal: veel spelers trappen bijna uitsluitend met één dominante voet, met asymmetrische kracht en mobiliteit, maar zonder bewezen hoger blessurerisico.
Volleybal & werpsporten (honkbal, handbal, speerwerpen): sterke asymmetrie in bovenlichaam en rotatiepatroon, maar topsporters functioneren hiermee jarenlang blessurevrij.
Hockey/golf: rotatiesporten waarbij één kant van het lichaam structureel anders gebruikt wordt.
Deze voorbeelden tonen aan dat het menselijk lichaam zich uitstekend kan aanpassen aan asymmetrische belasting: ons lichaam is flexibel, robuust en evolueert mee met wat we doen.
Bij sommige sporters levert asymmetrie zelfs een optimalisatie van prestatie op; een gekend voorbeeld is Usain Bolt, wiens unieke anatomie op natuurlijke wijze een asymmetrisch looppatroon heeft gevormd, waardoor hij beter presteert. En dan hebben we het nog niet eens over de Special Olympics, waar mensen met nog diversere lichaamstypes indrukwekkende prestaties leveren.
Hieronder leggen we de focus op bekkenscheefstand en rugwervels, omdat dit de klachten zijn die we het vaakst in de praktijk zien. Deze inzichten zijn bovendien door te trekken naar alle gelijkaardige asymmetrieën.
Een scheef of verdraaid bekken: wat zegt de wetenschap?
Het is bijzonder moeilijk om met de handen betrouwbaar een bekken met een afwijkende rotatiestand te voelen. Vaak blijken vermeende afwijkingen meetfouten te zijn, veroorzaakt door natuurlijke variaties in de vorm van het bekken. Omdat het bekken slechts ongeveer 2 mm bewegingsuitslag heeft, is het vrijwel onmogelijk zulke kleine rotatieverschillen door lagen huid, vet en spieren heen te detecteren. Dit geldt eveneens voor de wervels in de rug.
Vaak krijgen mensen te horen dat hun bekken te ver naar voren kantelt, waardoor ze een te holle onderrug zouden hebben, of juist andersom. Uit onderzoek blijkt echter dat dit weinig zegt over het ontstaan van pijn. De vorm van het bekken en de kromming van de wervelkolom vertonen van nature een grote variabiliteit tussen mensen. Deze verschillen zijn grotendeels genetisch bepaald en kunnen niet veranderd worden. Zo hebben vrouwen bijvoorbeeld vaak een iets hollere onderrug dan mannen, wat volledig normaal is en geen medisch probleem vormt. Het medicaliseren van deze natuurlijke variatie kan zelfs tot onnodige zorgen of klachten leiden. Voor meer mythes over houding verwijs ik graag naar ons vorige blog artikel: https://www.kine-tim.be/blog/houding-rugpijn
De onderstaande afbeelding illustreert de grote variabiliteit in de vorm van het bekken, waardoor het testen ervan met de handen vaak weinig betrouwbare informatie oplevert.
Er bestaan veel normale variaties van asymmetrie in het bekken. PMID: 33382451
Wervels “uit hun lijn”: Wat zegt de wetenschap?
Wetenschappelijk onderzoek toont duidelijk aan dat de populaire opvatting — dat wervels “verkeerd staan” en “teruggezet” moeten worden — niet klopt.
Veel van wat therapeuten bij palpatie menen te voelen, kan verklaard worden door natuurlijke variatie in wervelvorm of door spier- & weefselstructuur ertussen (“palpatory pareidolia”).
Recente wetenschappelijke reviews over manuele therapie / manipulaties melden dat er geen overtuigend bewijs is dat manipulaties leiden tot meetbare structurele veranderingen in wervelpositie of houding.
Dat wil niet zeggen dat manuele therapie geen effect kan hebben — wél dat het effect niet per se komt door “botten rechtzetten”, maar eerder via neurofysiologische en contextuele mechanismen (spierspanning, gewrichtsbeweging, pijnperceptie, ontspanning, etc.).
Door de jaren heen zijn er diverse therapievormen ontstaan die zich richten op het behandelen van deze asymmetrieën, zoals osteopathie-achtige methodes (bijvoorbeeld de Busquet-methode), muscle fascia sling-behandelingen en manipulaties. Hoewel deze technieken vaak tijdelijke pijnverlichting kunnen geven, zijn ze niet evidence-based. Het idee dat scheefstaande botstukken daadwerkelijk gecorrigeerd kunnen worden, wordt door wetenschappelijk onderzoek niet ondersteund; deze behandelingen beïnvloeden dus niet de onderliggende structuur, maar louter het ervaren ongemak. Met andere woorden: het idee dat je wervels met manipulatie “terug kunt duwen” naar een ideale, symmetrische positie is volgens huidige evidence niet houdbaar.
Wat gebeurt er dan wél bij een manipulatie?
Zou het niet vreemd zijn als iemand met zijn handen een wervel of een bekken “van plaats” zou kunnen duwen? Denk maar aan een rugbyspeler die bij een stevige tackle krachten te verwerken krijgt die vele malen groter zijn dan wat een therapeut met de handen kan uitoefenen. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat de wervelkolom een uitzonderlijk sterke en stabiele structuur is. De krachten die je manueel kan zetten zijn simpelweg te klein om een wervel daadwerkelijk te verplaatsen of te vervormen.
Wat er wél gebeurt bij een manipulatie, is dat er een kleine gasbel in het gewricht “barst” (cavitatie). Dit geeft dat typische knapgeluiden zorgt via het zenuwstelsel voor een tijdelijke pijndemping en een gevoel van ontspanning.
Waarom obsessie met asymmetrie nadelig kan uitpakken —het Nocebo effect
Wanneer therapeuten of patiënten te veel nadruk leggen op kleine, niet-relevante asymmetrieën (“je bekken staat verdraaid”, “je wervel zit niet helemaal recht”), kan dit onbedoeld schadelijk zijn.
Negatieve overtuigingen kunnen op zich al klachten in stand houden. Dit noemen we het Nocebo effect: negatieve verwachtingen die je pijnsysteem gevoeliger maken en herstel vertragen.
Wat het nocebo effect concreet kan veroorzaken:
Je gaat je lichaam anders “beleven”: je voelt je misschien stijver, gespannen of alerter — soms zelfs pijnlijker — ook al is er geen duidelijke anatomische afwijking. Het is alsof je een vergrootglas op een specifiek lichaamsdeel richt. Bij plotselinge pijn is dat begrijpelijk, maar het mag niet blijven aanhouden.
Je vermijdt bepaalde bewegingen of gebruikt compensaties, uit angst iets verkeerd te doen. Daardoor kan je spier- of gewrichtsstijfheid toenemen, of verlies je functionele bewegingskwaliteit en verlies je over langere tijd spiermassa.
Je raakt onzeker over bewegen, overdreven alert op sensaties, en afhankelijk van therapieën die “corrigeren”, terwijl er niets fundamenteel gecorrigeerd hoeft te worden.
Je verliest vertrouwen in je natuurlijke bewegingsvrijheid en het probleemoplossend vermogen van je eigen lichaam.
Herstel kan hierdoor trager verlopen, niet omdat er structureel iets stuk is, maar omdat je eigen verwachtingen en overtuigingen klachten in stand houden.
Samengevat; correcte informatie is cruciaal: vertrouwen in je lichaam helpt klachten te verminderen en herstel te ondersteunen.
Wat deze inzichten betekenen voor jou als patiënt (of therapeut)
Een lichte asymmetrie is meestal géén reden tot paniek — ons lichaam is nu eenmaal niet perfect symmetrisch.
Uitspraken zoals “mijn rug is scheef” of “mijn bekken hangt scheef” zijn vaak slechts hypothesen, geen diagnoses. Dit is gebaseerd op het gevoel van een zorgverlener, dat vaak onnauwkeurig kan zijn — niet door een gebrek aan vaardigheid of ervaring, maar door de inherente lage betrouwbaarheid van dit soort testen.
Behandelingen — manuele therapie, manipulaties en mobilisaties — kunnen zeker helpen, maar niet met het doel om “botten recht te zetten”, wél om functie, pijn, beweeglijkheid, spierspanning en zelfvertrouwen te verbeteren.
Let op je eigen taalgebruik en communicatie: durf vragen te stellen, laat je goed informeren, en vermijd deterministische uitspraken (“je rug is kapot”, “je wervels staan verkeerd”).
Focus op wat wél bewezen effectief is: geduld (de tijd heelt), vertrouwen, bewegen, stressmanagement en voldoende slaap. Met andere woorden: zet in op het bevorderen van je gezondheid, in plaats van te proberen zaken te controleren waar je geen controle over hebt.
In plaats van te blijven hangen bij het probleemgebied, kun je je energie beter steken in zinvolle bewegingen die afgestemd zijn op wat jij nodig hebt.
Conclusie — realistisch, hoopvol én evidence-based
Asymmetrie in het lichaam is meestal normaal en niet per se problematisch. Enerzijds is het moeilijk nauwkeurig te meten en anderzijds vormen veel voorkomende verschillen — zoals spierbalans, houding of lichte scheefstand — geen duidelijk risico voor pijn of blessures.
Tegelijkertijd is het belangrijk hoe je denkt over je lichaam. Negatieve overtuigingen kunnen klachten in stand houden, door het nocebo effect.
Het is volkomen normaal dat we bij pijn op zoek zijn naar snelle verlichting. Bovendien hechten we als mens van nature waarde aan symmetrie. Toch leidt het najagen van deze onmiddellijke correcties vaak niet tot duurzaam herstel; echte verbetering vraagt tijd, geduld en een aanpak die de belastbaarheid en functie van het lichaam versterkt.
De meest waardevolle insteek is realistische hoop: manuele behandelingen en oefeningen kunnen behulpzaam zijn, zolang ze niet gericht zijn op het corrigeren van standen, maar eerder dienen als tijdelijke technieken voor pijnmanagement bij acute klachten. Ze zijn vooral effectief als onderdeel van een bredere, holistische aanpak, met aandacht voor beweging, vertrouwen in herstel en een gezonde mindset.
Geschreven door Tim op 5/12/25
Bronvermelding
Swain, C. T. V.,Pan, F., Owen, P. J., Schmidt, H., & Belavy, D. L. (2020). No consensuson causality of spine postures or physical exposure and low back pain: Asystematic review of systematic reviews. Journal of Biomechanics, 102,109312. https://doi.org/10.1016/j.jbiomech.2019.08.006
Kellis, E.,Sahinis, C., & Baltzopoulos, V. (2023). Is hamstrings-to-quadricepstorque ratio useful for predicting anterior cruciate ligament and hamstringinjuries? A systematic and critical review. Journal of Sport and HealthScience, 12(3), 343–358. https://doi.org/10.1016/j.jshs.2022.01.002
Maloney, S. J.(2019). The Relationship Between Asymmetry and Athletic Performance: ACritical Review. Journal of Strength and Conditioning Research, 33(9),2579–2593. https://doi.org/10.1519/JSC.0000000000002608
Bialosky, J. E.,Bishop, M. D., George, S. Z., & Price, D. D. (2009). Mechanisms ofmanual therapy in the treatment of musculoskeletal pain: A comprehensive model.Manual Therapy, 14(5), 531–538. https://doi.org/10.1016/j.math.2009.07.007
Rubinstein, S. M.,van Middelkoop, M., Assendelft, W. J., de Boer, M. R., & van Tulder, M. W.(2019). Spinal manipulative therapy for acute low-back pain. CochraneDatabase of Systematic Reviews, 9, CD008880.https://doi.org/10.1002/14651858.CD008880.pub2
Evers, A. W. M.(2021). Nocebo effects in clinical practice. Nederlands Tijdschrift voorGeneeskunde, 165, D6338. https://www.congresalk.nl/resources/uploads/sites/41/2021/07/NOLK-artikel-2021-Andrea-Evers.pdf
Hickey, J.,McQuade, K., O’Sullivan, K., & Smeets, R. (2018). Scapular dyskinesisincreases the risk of future shoulder pain in asymptomatic athletes: Asystematic review and meta-analysis. Journal of Science and Medicine inSport, 21(2), 113–118. https://doi.org/10.1016/j.jsams.2017.07.005
Handrich K, Kamer L, Mayo K, Sawaguchi T, Noser H, Arand C,Wagner D, Rommens PM. Asymmetry of the pelvic ring evaluated by CT-based 3Dstatistical modeling. J Anat. 2021 May;238(5):1225-1232. doi:10.1111/joa.13379. Epub 2020 Dec 31. PMID: 33382451; PMCID: PMC8053576.
The Sports Physio. (2023). Diagnostic palpation, is it askill, an art or an illusion? https://www.thesports.physio/diagnostic-palpation-is-it-a-skill-an-art-or-an-illusion/
Pijn laat zich niet makkelijk verklaren. Het is geen zwart-wit verhaal, maar eerder een spectrum met veel nuances. In deze blog verkennen we enkele voorbeelden die kunnen helpen om dit duidelijker te maken.
Pijn begrijpen is niet eenvoudig. Het is geen zwart-wit gegeven, maar eerder een spectrum. Er spelen talloze factoren mee die ons pijnsysteem gevoeliger kunnen maken. Daardoor kan pijn optreden in omstandigheden waarin je dat niet meteen zou verwachten. Het is dus belangrijkom te beseffen dat pijn niet altijd één duidelijke oorzaak heeft en ook niet rechtlijnig samenhangt met weefselschade.
Een bekend voorbeeld: iemand heeft intense rugpijn ,maar op de MRI-scan is er niets concreet te zien. Dat toont aan dat er niet altijd een directe relatie is tussen wat we op een scan zien en de pijn die iemand voelt. Analogieën helpen om dit abstracte gegeven concreter te maken.
1. Glas met water (zie vorige post)
Dit hebben we eerder uitgebreid besproken: een glas dat stilaan volloopt en uiteindelijk kan overlopen wanneer de belasting groter wordt dan de belastbaarheid.
Hoe meer risicofactoren aanwezig zijn, hoe “droger” het bos wordt. In een uitgedroogd bos is nog maar een kleine vonk nodig om een grote brand te veroorzaken.
Het uitdrogen van het bos: dit staat voor risicofactoren die ons gevoeliger maken voor pijn. Dat kan gaan om psychologische, sociale of levensstijlfactoren. Het is zelden één factor alleen, maar meestal een combinatie. Dit sluit aan bij het bio-psycho-sociaal model van pijn.
De vonk: dit zijn de triggers die pijn in gang zetten, zoals een beweging, een tilmoment of zelfs zonder duidelijke aanleiding.
Onderhoudende factoren: dit zijn de omstandigheden die ervoor zorgen dat de pijn blijft branden of steeds opnieuw oplaait. Het lichaam bevindt zich dan in een toestand van verhoogde gevoeligheid of ontstekingsbereidheid, waardoor kleine prikkels al een grote pijnreactie kunnen uitlokken.
De nuance: in een vochtig, groen bos veroorzaken dezelfde vonken géén brand. Zo zijn er ook veel mensen die zware dingen tillen zonder pijn te krijgen. Het gaat dus om de context waarin het lichaam zich bevindt.
Praktisch voorbeeld: iemand heeft wekenlang slecht geslapen en veel stress gehad. Tijdens het werken in de tuin ontstaat er rugpijn, terwijl dat normaal nooit gebeurt. Een scan toont niets bijzonders. Dat betekent niet dat de pijn "tussen de oren" zit, maar dat het zich afspeelt in fysiologische systemen zoals het immuunsysteem en het zenuwstelsel, die niet zichtbaar zijn op beeldvorming.
Factoren die het bos droger maken: ongezonde levensstijl (roken, alcohol, overgewicht, te weinig bewegen), slechte slaap, aanhoudende stress, metabole problemen (bv. diabetes of prediabetes), of negatieve psychologische factoren.
Spark in the forest
3. Aandelengrafiek
Wanneer pijn hevig is, verliezen we gemakkelijk het overzicht en voelen we ons opgeslorpt door het moment. Dat is vergelijkbaar meteen aandelengrafiek:
Korte termijn: net als beurskoersen kan pijn van dag tot dag of zelfs uur tot uur sterk schommelen. Dit kan ontmoedigend zijn.
Lange termijn: wie uitzoomt ziet vaak dat er ondanks de pieken en dalen een geleidelijke verbetering kan zijn. Het is dus zinvol om naar maanden te kijken in plaats van naar uren of dagen.
Lessen trekken: net zoals beleggers leren uit vorige cycli, kunnen we ook leren uit eerdere pijnperiodes. Wat werkte er toen? Welke omstandigheden hielpen of hinderden herstel?
👉 Deze metafoor helpt mensen het vertrouwen te houden dat pijn niet altijd permanent of uitzichtloos is. Fluctuaties horen erbij, maar de trend kan alsnog positief zijn.
Variabiliteit van pijn: Korte vs. lange termijn
4. Thermostaat / Alarm-model
Ons pijnsysteem lijkt op een thermostaat of rookmelder.
Thermostaat: wanneer de temperatuur te hoog wordt, slaat het alarm aan. Maar soms staat het té gevoelig ingesteld, waardoor hij al aanspringt bij een milde warmte. Zo kan ons pijnsysteem prikkels overdrijven.
Alarm / rookmelder: een rookmelder is nuttig, want hij waarschuwt voor gevaar. Alleen gaat hij soms ook af bij stoom uit de douche of een aangebrande toast. Hetzelfde gebeurt bij pijn: het signaal is echt, maar het betekent niet altijd dat er sprake is van weefselschade.
Praktisch gevolg: leren begrijpen dat pijn een beschermingssignaal is, maar niet altijd een correcte weergave van schade. Dit inzicht maakt het gemakkelijker om weer met vertrouwen te bewegen.
Thermostaat bereikt zijn grens.
5. De kunst van loslaten
Stel je voor dat je een flesje water van een halve liter in je hand houdt. In het begin voelt dat helemaal niet zwaar aan. Een paar minuten lukt moeiteloos. Maar wat gebeurt er als je datzelfde flesje een uur, of zelfs een hele dag blijft vasthouden? Dan beginnen je spieren pijn te doen, je arm gaat verzuren, en op den duur wordt het ondraaglijk.
Met stress gaat het net zo. Een beetje spanning kan ons zelfs alert en gefocust houden. Maar als we die stress te lang vasthouden, zonder pauze, begint ons lichaam te protesteren. De kunst is niet om nooit stress te hebben, maar wel om op tijd het flesje even neer te zetten — rust te nemen, ademruimte te creëren, en ons systeem te ontlasten.
Hoe lang kan jij het vasthouden?
6. De pijnschaal, hoeveel pijn is ok?
Het is normaal dat je met pijn naar de therapie komt, en ook dat je tijdens of zelfs na de behandeling nog pijn kunt verwachten. Dat hoort bij het herstelproces. We gebruiken daarbij de VAS-pijnschaal (0 = geen pijn, 10 = ondraaglijk) als richtlijn. Pijn tot maximaal 5 op 10 is toegelaten: duidelijk aanwezig, maar nog net niet intens. Belangrijk is dat de pijn draagbaar blijft en dat je ze altijd communiceert, zodat we samen de juiste balans kunnen vinden. Ook de duur van de pijn speelt mee – pijn die snel zakt is meestal oké, terwijl pijn die lang blijft aanhouden extra aandacht verdient.
0-5 is ok.
Conclusie
Door je pijn in de juiste context te plaatsen, vergroot je de kans om er beter mee om te gaan. Het is geen kwestie van onmiddellijke verandering, maar van een geleidelijk proces. Op lange termijn is dit de beste bescherming tegen terugkerende of chronische pijn.
Onze overtuigingen sturen ons gedrag, en dat gedrag beïnvloedt rechtstreeks onze fysiologie en gezondheid.
Tot slot
Pijn kan ingewikkeld lijken, maar het is belangrijk te onthouden dat je lichaam veerkrachtig is en kan veranderen. Door kleine stappen te zetten – beter slapen, stress verminderen, regelmatig bewegen en een gezonde levensstijl nastreven – kan je je “bos groener” maken, je “batterij opladen” en je pijnsysteem weer wat kalmeren. Het vraagt tijd en geduld, maar elke stap in de goede richting helpt je om sterker en vrijer te bewegen.
Maak een afspraak en begin vandaag met jouw herstel
Via onderstaande knop kan je gemakkelijk een afspraak maken. Kies een datum, uur en zorgverlener en vul uw gegevens in. U kan ons ook mailen of bellen op 0485/26 43 15